 |
Regionaal wonen in beeld
TerugMeten is weten De mensen, de woonwensen en de woningvoorraad in het SRE zijn aan verandering onderhevig. Sommige ontwikkelingen zijn weinig stuurbaar, andere zijn juist weer erg afhankelijk van het beleid. Maatregelen op het gebied van het wonen moeten daarom eigenlijk steeds kunnen worden bijgesteld, woningbouwprogramma’s moeten worden aangepast, et cetera. Het SRE heeft daarom onlangs twee regionale onderzoeken uitgevoerd. Daarvan zijn nu de resultaten beschikbaar. Het ene onderzoek is het Regionaal Kwalitatief Woningmarkt (KWO), het andere de SRE Monitor Wonen 2006.
 Twee belangrijke regionale woononderzoeken Het KWO beschrijft de woonwensen van de mensen in de regio en laat zien in hoeverre de plannen die de gemeenten hebben tot 2015 aansluiten op de ontwikkeling van de bevolking en de wensen die mensen hebben. Daarvoor zijn vorig jaar ca. 36.500 mensen geënquêteerd (48% respons) en is een simulatiemodel doorgerekend. De Monitor laat zien wat er de afgelopen jaren gebeurd is op de woningmarkt en wat de prognoses voor de toekomst zijn. Daarbij wordt ingegaan op de bevolkingsontwikkelingen en worden woningbouwplannen vergeleken met daadwerkelijke bouw in 2005. Resultaten kunnen aanleiding zijn om het beleid en plannen van de gemeenten aan te passen.
Meest opvallende resultaten KWO Uit de enquête van het KWO blijkt, dat ruim 1 op de 4 huishoudens (in woningen en in wooneenheden) van plan is om binnen 5 jaar naar een andere woning te verhuizen (doorstromers) en dat 2 van de 3 inwonenden van 18 jaar en ouder binnen 5 jaar een zelfstandige woning wensen (starters). Dit zijn ongeveer 97.000 doorstromers en 27.000 starters. Zoveel nieuwe woningen hoeven er in de praktijk niet gebouwd te worden. Doorstromers laten een woning achter, er verhuizen ook mensen naar buiten het SRE en er zijn starters die samen gaan wonen. Van al die huishoudens met verhuisplannen wensen ongeveer 6 op de 10 een koopwoning, 4 op de 10 een huurwoning. Met het rekenmodel van het KWO is het bestaande woningbouwprogramma doorgerekend en het bouwprogramma dat het beste aansluit op de woonwensen tot 2015. Meest opvallende punten uit die berekening zijn:
- Het aandeel huurwoningen, zowel gezinswoningen als appartementen, in de prijsklasse 330 tot 510 euro per maand zou een stuk groter moeten zijn. Het geplande aandeel is 15%, maar 25% zou beter aansluiten op de woonwensen.
- Het aandeel gezinskoopwoningen vanaf 186.000 euro zou een stuk kleiner mogen zijn. Op het programma staat 47% aan nieuwbouw van deze woningen, terwijl ongeveer 20% beter zou aansluiten bij de vraag. Dit komt onder andere door het grote aanbod van koopwoningen vanaf 186.000 euro in de huidige voorraad.
 Meest opvallende resultaten Monitor De meest opvallende resultaten die daaruit naar voren kwamen, zijn dat SRE-gemeenten ongeveer 25.000 woningen gepland hebben voor de periode 2005 tot en met 2009. Dit aantal is in regionale afspraken en in afspraken met het Rijk vastgelegd. Het gemiddelde bouwtempo zou dan zo’n 5.000 per jaar moeten zijn, een bouwtempo dat in 1995 voor het laatst is gehaald. De regio heeft in 2005 van die 5.000 bijna de helft gerealiseerd, ruim 2.300 woningen. Om de afspraken te kunnen halen zal het bouwtempo in 2006, 2007, 2008 en 2009 moeten stijgen tot bijna 5.400 nieuw te bouwen woningen per jaar. Naast aantallen wordt ook bijgehouden wat voor soorten woningen gebouwd worden. Daaruit kwam het volgende naar voren:
- Van de nieuw gebouwde woningen was, overeenkomstig de planning, ongeveer een derde deel een huurwoning.
- In totaal zijn er bijna 500 woningen gesloopt in de regio, met name in Eindhoven en Helmond. Dat is ongeveer een zesde deel van het totale sloopprogramma in de periode 2005 tot 2010.
- De zorgwoningen zijn vooral in het stedelijk gebied gebouw, daar was overeenkomstig het programma ongeveer een derde deel een zorgwoning.
- In totaal zijn er ruim 600 starterswoningen gebouwd. Bestaande uit circa 500 huurwoningen tot 510 euro per maand en circa 100 koopwoningen tot 156.000 euro.

Cijfers op internet Resultaten van de twee onderzoeken worden in boekwerk uitgebracht en zijn daarnaast terug te vinden op de internetsite van het SRE. Klik daarvoor op de volgende links:
Meer informatie Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Paul Kieboom, telefoon 040 259 45 64, e-mail p.kieboom@rez.sre.nl.
|
 |